de of het groen

Is het “de” of “het” groen? Juiste lidwood

De Nederlandse taal zit vol kleine valkuilen, en één van de meest verwarrende onderwerpen voor veel mensen is het juiste lidwoord bij kleuren. Zo ontstaat vaak de vraag: zeggen we “de groen” of “het groen”? Laten we dit eens goed uitzoeken.

Het verschil tussen “de” en “het”

In het Nederlands zijn er twee onbepaalde geslachten voor zelfstandige naamwoorden: de-woorden (ook wel “common gender”) en het-woorden (ook wel “neuter” of “onzijdig”). Een paar regels helpen om dit te onthouden:

  • De-woorden zijn meestal dingen die je kunt tellen of mensen en dieren: de tafel, de hond, de stoel.
  • Het-woorden zijn vaak verzamelingen, het abstracte of onzijdige dingen: het huis, het water, het weer.

✉️⚡ Steeds meer mensen kiezen voor groene stroom. Ontvang een mail als er nieuwe stroomprijzen zijn.

Ontvang nieuws over stroomprijzen, groene stroom en meer. We mailen je ongeveer 1 tot 2 keer per maand.

Waar hoort “groen” bij?

“Groen” kan op verschillende manieren gebruikt worden:

  1. Als kleur in het algemeen:
    • Bijvoorbeeld: “Het groen van het gras is mooi.”
      Hier bedoelen we de kleur in abstracte zin, dus het is onzijdig → het groen.
  2. Als bijvoeglijk naamwoord bij een zelfstandig naamwoord:
    • Bijvoorbeeld: “De groene appel is lekker.”
      Hier staat “groen” als bijvoeglijk naamwoord bij een de-woord, namelijk “appel”.
    • Tip: het lidwoord wordt dan bepaald door het zelfstandig naamwoord, niet door de kleur zelf.
  3. Als substantief voor planten of natuur:
    • Bijvoorbeeld: “In de stad is weinig groen te vinden.”
      Hier gebruiken we “groen” als abstract zelfstandig naamwoord, verwijzend naar planten of vegetatie, en het is ook onzijdig → het groen.

Kort samengevat

  • Het groen → wanneer je het over de kleur of de natuur in het algemeen hebt.
  • De groene → wordt alleen gebruikt in combinatie met een zelfstandig naamwoord dat een de-woord is: “de groene jas”, “de groene auto”.

Extra tip

Als je twijfelt: probeer het lidwoord te vervangen door “het ding” of “de zaak”:

  • “Het groen” → “het ding” past → correct.
  • “De groen” → “de zaak” klinkt niet logisch → meestal fout.

Conclusie

Dus de volgende keer dat je twijfelt, onthoud: als je over de kleur of de natuur praat: het groen. Als het een bijvoeglijk naamwoord is bij een de-woord: de groene. Met deze vuistregel voorkom je een van de meest voorkomende kleine taalfouten in het Nederlands.

Scroll naar boven