Het juiste lidwoord: het contract
Het is het contract.
Niet: de contract.
Voorbeeldzinnen:
- We hebben het contract gisteren ondertekend.
- Kun je het contract nog eens nalezen?
- Het contract loopt af aan het einde van het jaar.
Waarom is het ‘het contract’?
In het Nederlands krijgen woorden meestal de of het als lidwoord. Dat lijkt soms willekeurig, maar er zijn wel patronen.
1. Woorden op -act zijn vaak onzijdig
Het woord contract komt uit het Latijn (contractus). Veel woorden met deze oorsprong zijn onzijdig en krijgen dus het.
Vergelijk:
- het contact
- het transport
- het abstract
- het compact
Niet allemaal eindigen ze op -act, maar je ziet vaak hetzelfde lidwoord terug.
2. Het verkleinwoord helpt (soms)
Als je twijfelt, kun je proberen een verkleinwoord te maken:
- het contract → het contractje
Alle verkleinwoorden krijgen altijd het.
Dat is een handige check (al werkt hij niet bij elk woord even natuurlijk).
Waarom zeggen mensen toch ‘de contract’?
Dat heeft een paar oorzaken:
- Invloed van spreektaal: in informele gesprekken sluipt ‘de’ er sneller in.
- Verwarring met ‘de overeenkomst’: dat is een synoniem, maar wél met de.
- Algemene de/het-onzekerheid: laten we eerlijk zijn, dit blijft lastig – zelfs voor moedertaalsprekers.
Kort onthouden?
👉 Contract = het-woord
👉 Dus: het contract, een contract, het contractje
Conclusie
Twijfel je tussen de contract en het contract?
Onthoud dan: het contract is altijd juist.
Handig voor e-mails, offertes én juridische teksten 😉